Geschiedenis

Geschiedenis

Geschiedenis DG Heerenveen

In de 2e helft van de 16e eeuw werd Heerenveen gesticht als een centrum in de omliggende verveningen. Al in die dagen werden hier Doopsgezinden aangetroffen. Begin 1600 was er in ieder geval al één Doopsgezinde gemeente. Niet lang daarna waren er op z’n minst vijf en wellicht zelfs zeven verschillende Doopsgezinde gemeenten: een Waterlandse gemeente, een Friese- een Vlaamse- en een Oud Vlaamse gemeente en een groep Jan Jacobszgezinden. De kerk van de Vlaamse, rechtzinnige gemeente stond in de Kakelsteeg in Heerenveen, deze steeg heet nu Vermaningsteeg. De andere gemeente was meer vrijzinnig en werd Waterlandse gemeente genoemd. Deze gemeente was de meest invloedrijke en had sinds 1650 naast een Vermaning in Heerenveen, ook een Vermaning in Boven-Knijpe. De Vermaning in Heerenveen stond aan de Munniksteeg, ten westen van de Dracht. Beide kerken in Heerenveen waren schuilkerken. In 1741 fuseerden deze gemeenten en bouwden in 1762 een nieuw kerkgebouw, wat in 1763 in gebruik werd genomen. In de 250 jaar van het bestaan van deze gemeente heeft het ledental steeds tussen de 260 en 144 leden gelegen, opmerkelijk stabiel. In de eerste helft van de 18e eeuw waren er sterke conflicten met de Friese staten, omdat een aantal van de toenmalige leraren het socinianisme aanhingen (de leer die de goddelijke drie-eenheid ontkent en Jezus meer als ethisch voorbeeld ziet dan als verlosser). Rond 1780 spitsten in een broederlijke overeenkomst Heerenveen en Boven-Knijpe in twee zelfstandige gemeenten met respectievelijk 200 en 92 leden.


Geschiedenis DG Tjalleberd

Reeds in het begin van de 17e eeuw zijn er al mensen in Tjalleberd gedoopt door een zekere Jacob Theunis. Vermoedelijk is die gemeente klein gebleven omdat het gebied dun bevolkt was en het gebied vrijwel niet in cultuur was gebracht. Rond 1800 vestigden zich verscheidene verveners uit Giethoorn zich in Tjalleberd, die lid waren van de Doopsgezinde Gemeente. Het afgraven van de Veengronden was begonnen en er was voor hen hier meer werk te vinden dan in Noordwest Overijssel.
Zo kwam het dat in 1816 bij de gouverneur van de provincie en bij het gemeentebestuur van Aengwirden vergunning werd aangevraagd en verkregen voor het houden van openbare erediensten. In 1817 werd de nieuwe Doopsgezinde gemeente ingezegend door ds. Bakker uit Oldeboorn, een kerkgebouw was er toen nog niet men kwam bij elkaar in een wagenhok in Gersloot

Kerkgebouwen
In 1818 verrees er een kerkgebouw met Pastorie, al in 1857 kwam men tot de ontdekking dat deze kerk en pastorie in slechte staat verkeerden.In 1868 kwam er een nieuwe pastorie, drie jaar later gevolgd door het huidige kerkgebouw, de pastorie die is in 1972 verkocht en korte tijd later afgebroken.De nieuwbouw van de kerk kostte f 7286,73.

Orgel
Pas in 1888 kwam er een orgel een van Dam orgel het kostte destijds f 1240,-.

In 1985 werd het gerestaureerd, het verkeert nog in authentieke staat waarbij tot voor kort ook de pustetraper nog dienst deed. (sinds kort is er een pomp)


Algemene geschiedenis

De Doopsgezinden, wereldwijd ‘Mennonieten’ genoemd, zijn ten tijde van de reformatie ontstaan uit de beweging die Zwinglie in Zurich op gang bracht. Op 21 januari 1525 hebben een aantal volwassenen elkaar gedoopt en ontstond er een gemeentevorm, waarin volwassenen op hun persoonlijke belijdenis toetraden tot autonome gemeenten. Dat hield in dat de beweging stond voor een absolute scheiding van staat en kerk. Vanuit Zuid-Duitsland verspreidde de gemeenten zich snel tot in het Oostfriese Emden, waar Melchior Hoffman driehonderd mensen doopte. Vanuit Emden bereikte de z.g. Anabaptistische activiteiten ook onze streken. 

Na het debacle in de Westfaalse stad Munster in 1534 kwam een dorpspastoor uit Witmarsum voor het voetlicht. Menno Simons trad uit de Rooms Katholieke kerk en werd een van de voorlieden van het Doperdom. Hij was dus niet de stichter van de beweging. Hij wees alle vormen van geweld af en stond weerloosheid voor. De Nederlandse Doopsgezinden maken deel uit van een beweging die internationaal ook Russische- en Noord- en Zuid Amerikaanse Mennonieten en de in Noord-Amerika levende Amishen omvat: kortweg de Mennonites. 

Dat de Nederlandse tak zich ‘Doopsgezinden’ is blijven noemen heeft te maken met het feit dat Menno Simons slechts een van de voormannen uit de 16e eeuw was, niet de enige. Bovendien vonden de gematigde Doopsgezinden uit de 17e eeuw het niet correct een kerkgenootschap te vernoemen naar een mens. Liever zochten ze naar een naam die iets over het wezenlijke karakter van de groep vertelt. Toch willen we met de Friese variant van het Engelse “Mennonites”, Mennisten, aangeven dat ook wij deel uitmaken van die grensoverschrijdende geloofsgemeenschap die staat voor het historische vredesgetuigenis. 

Mennisten zijn vrijzinnig van aard en funderen hun geloof met eigen woorden op het bijbelse fundament. We gaan niet uit van dogma’s. Wij geloven dat de Geest ons drijft en aanzet om onze persoonlijke mogelijkheden ook in de gemeente in te brengen tot opbouw van de gemeente. De gemeenschap zien we dan ook als een plaats waar iets zichtbaar mag worden van dat, wat Jezus predikte over het Koninkrijk van God op aarde. Onderling pastoraat vormt daarin een belangrijke basis.


Gebouw

Na het samengaan van de Waterlandse en Vlaamse gemeente werd op 7 juni 1762 de eerste steen gelegd van een nieuw kerkgebouw. Boven de ingang (1838) is op een gevelsteen deze gebeurtenis nog eens vastgelegd. Oorspronkelijk was het podium recht tegenover de ingang van het rechthoekige gebouw met rechts en links twee balkons. In 1840 werd besloten een orgel aan te schaffen dat werd geplaatst boven de aangebouwde hal voor de oorspronkelijke ingang. In 1900 werd dit orgel vervangen door een nieuw orgel dat op het zuidelijke balkon werd geplaatst. Het noordelijke balkon werd verwijderd en tegen deze muur werd een kansel geplaatst. Deze werd in de zestiger jaren van de vorige eeuw tijdens een grote restauratie vervangen door een los spreekgestoelte op een podium. Ook werden twee z.g. kerkenraadsbanken verwijderd en kreeg de kerk een Multi-funktionele inrichting. Op dit moment staat weer een grote restauratie gepland en zullen ook de bijgebouwen worden aangepast aan de eisen van deze tijd. De restauratie ne verbouwing staan in het teken van ‘ontmoeting’ en de plannen kregen de naam “Menniste wurkpleats’ mee. Op de plaats van de bijgebouwen heeft ooit een timmerwerkplaats gestaan.


Orgel

Het orgel van de Doopsgezinde Kerkte Heerenveen werd in 1900 gebouwd door de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden. Dit, ter vervanging van het Van Dam orgel, dat in 1840 voor de Heerenveense Vermaning werd vervaardigd. Het huidige instrument bevat ruim 500 pijpen, verdeeld over 8 registers. De dispositie luidt: Bourdon 16 (bas/discant), Prestant 8′, Bourdon 8′, Viola di gamba 8′,  Octaaf 4′,

Fluit 4′, Gemshoorn 2′, Mixtuur 3-4 sterk, Tremulant.

Manuaalomvang: C-f3. Pedaal: aangehangen.

Zowel de rijk geornamenteerde kas als het klankbeeld van dit orgel moet worden gekarakteriseerd als uitermate klassiek: frontindeling, met ronde middentoren en ronde zijtorens, met daartussen vlakke, boven elkaar gegroepeerde pijpveldjes voeren terug naar de achttiende eeuw. De heldere, dragende toon van dit instrument vindt zijn wortels in de Friese orgelbouwtraditie, die gebaseerd is op het Noord Duitse orgeltype uit de zeventiende- en vroege achttiende eeuw. Restauraties van het orgel van de Heerenveense Vermaning vonden plaats in 1948, 1962 en 1974. Bij laatstgenoemde restauratie, die werd uitgevoerd door de firma Mense Ruiter Orgelbouw uit Zuidwolde (Gr.) en die onder advies stond van Willem Hülsman, werd de Mixtuur 3-4 sterk aan het registerbestand toegevoegd. Met enige regelmaat worden er concerten gegeven op het instrument, dat door kenners wordt geroemd en dat één van de fraaiste orgels uit de regio is.

De organist van onze gemeente is:

Br. J.G. Koers. Tel. 0513-636333